Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR)

Op 28 januari 2020 heeft de Tweede Kamer het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen (“WBTR”) aangenomen. De WBTR heeft gevolgen voor commissarissen en toezichthouders (en bestuurders) bij met name verenigingen, coöperaties en stichtingen.

De WBTR vindt grotendeels zijn oorsprong in het rapport ‘Een lastig gesprek’ van de Commissie-Halsema (2013). Deze Commissie heeft vastgesteld dat de taakomschrijving en de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders van met name verenigingen en stichtingen in de semipublieke sector een nadere concretisering in de wet behoeft. Met het wetsvoorstel beoogt de overheid daarom de kwaliteit van het bestuur en het toezicht voor de rechtspersonen vereniging, coöperatie en de stichting te verbeteren.

 

In hetzelfde jaar als het rapport van de Commissie Halsema (2013) zag de Wet Bestuur en Toezicht (WBT-2013) het licht. Laatstgenoemde wet blijkt een belangrijk vertrekpunt voor de nadere invulling van de WBTR te zijn. De WBT bracht ons in 2013 onder andere:

  • Het monistisch bestuursmodel (one tier board) voor NV en BV.
  • De beperking van het aantal bestuurs- en toezichtsfuncties (“puntensysteem”), zowel bij de grote NV en BV als ook bij (grote) stichtingen.
  • Het streefcijfer voor een evenwichtige verdeling (30% m/v) in raden van bestuur en commissarissen.
  • Een nieuwe tegenstrijdig-belangregeling voor bestuurders en commissarissen.
  • Verduidelijking taakverdeling en aansprakelijkheid voor het bestuur.

 

De nu voorgestelde wijzigingen maken duidelijk dat de wetgever het werk voortzet van de WBT-2013. Enkele van de hierboven genoemde thema’s worden nu voor alle rechtspersonen mogelijk, zoals de one-tier board en de nieuwe tegenstrijdig-belangregeling. De rode draad van de WBTR is het aanhaken bij de regelingen inzake bestuur en toezicht van de NV en BV.

 

De volgende regelingen worden met de WBTR ingevoerd dan wel aangepast:

  • Er komt een uniforme wettelijke grondslag voor de raad van commissarissen (RvC) bij alle rechtspersonen.
    • De RvC heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming.
    • De RvC staat het bestuur met raad terzijde. Een van de historische verschillen RvC en raad van toezicht (RvT), primair alleen toezicht, verdwijnt daarmee.
    • Een wettelijke regeling inzake de individuele verantwoordelijkheid voor het algemene toezicht voor elke commissaris.
    • De commissarissen richten zich bij de vervulling van hun taak naar het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming.
    • Een regeling inzake het schorsen van bestuurders.
    • Een informatieplicht vanuit het bestuur waaronder het ten minste een keer per jaar schriftelijk op de hoogte stellen van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.
  • Een omvangrijkere wettelijke regeling voor het bestuur.
  • Een regeling inzake het meervoudig stemrecht van een commissaris of bestuurder. Een commissaris/bestuurder kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere commissarissen/bestuurders tezamen.
  • De statuten bevatten voorschriften omtrent de wijze waarop in de uitoefening van de taken en bevoegdheden voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of belet van elk van de bestuurders en commissarissen.
  • Het monistische bestuursmodel (one-tier board) wordt wettelijk geregeld voor alle rechtspersonen.
  • Besluitvorming van de bestuurders en de commissarissen met een tegenstrijdig belang wordt in lijn gebracht met het NV/BV-recht.
  • Een drietal gronden voor de aansprakelijkheid van de bestuurders en commissarissen, zoals de interne aansprakelijkheid, de externe aansprakelijkheid en de misleidende jaarrekening worden ingevoerd voor vereniging, coöperatie en stichting.

 

Specifiek voor de stichting:

  • Uniformering van de arbeidsrechtelijke gevolgen van het ontslag van stichtingsbestuurders door de RvC met dat van andere bestuurders.
  • Het ontslag van bestuurders en commissarissen van de stichting door de rechtbank op verzoek van een belanghebbende wordt uitgebreid.

 

Met de invoering van de WBTR gaat een aantal regelingen met betrekking tot bestuur en toezicht voor alle rechtspersonen gelden. De voorgestelde, wettelijke veranderingen met betrekking tot taak- en normstelling, de interne aansprakelijkheid, de externe aansprakelijkheid, de misleidende jaarrekening, de besluitvorming van de bestuurders en de commissarissen met een tegenstrijdig belang en de mogelijkheid tot ontslag door de rechtbank zullen een wezenlijke uitwerking op de praktijk en de governance van ondernemingen hebben.

 

Ons advies is om na instemming van de Eerste Kamer (zomer 2020), maar voor inwerkingtreding van de wet (eind 2020), uw statuten en reglementen (interne rechtsorde) te toetsen. Er zijn immers bepaalde juridische wijzigingen die maken dat deze documenten – en daarop gebaseerd het handelen van RvB en RvC- in strijd met de wet kunnen raken.

 

Deze informatie is verstrekt door mr. drs. Joost Kramer, governance adviseur voor bestuur & toezicht bij Raadsondersteuning. Raadsondersteuning faciliteert, adviseert en optimaliseert de inrichting, inbedding en het functioneren van raden van commissarissen en raden van toezicht.